Zoeken in deze blog

29-05-10

the hills are alive with the sound of music

Ok, dus ik ging niet naar Varanasi. In een luie bui en door te weinig aandacht aan mijn horloge te spenderen heb ik hem gemist. Al met al maakte dit niet veel uit aangezien ik via een ander tourist bij een couchsurfingsite kwam en zo weer bij een familie terecht kwam. Ze kwamen uit Kashmir en nodigden me gelijk uit om in Srinager ook bij hun te verblijven. Vervolgens ben ik met een busreis van 26 uur van Delhi naar Srinagar gegaan. Ik moest een miljoen keer uitstappen om formulieren in te vullen over waar ik zou verblijven; ze wilde bijna de naam van mijn kat weten! Het was het wel dubbel en dwars waard toen ik 's ochtends om 5 uur wakker werd midden in de Kashmir vallei. Geen stinkende hitte en stof meer. Het was koud. Tussen de bergen stroomden kleine riviertjes en liepen wat verdwaalde schapen en geitjes. Nadat een kopje chai en wat meisjes eindelijk hun gezicht met een facial soap hebben gewassen naast een poepende man, gaat de bus weer verder.
Eenmaal in Srinager aangekomen staat een kleine man met een baard genaamd Fayaz met en bordje 'Anne Birthe' in zijn hand om me op te halen. We gaan eerst nog even langs de markt om een kip te laten slachten en wat ander voer te halen voor het avondmaal. We komen aan bij Dal Lake en parkeren de auto. Een klein bootje genaamd een 'Shikara' met daarin Kazim (praktisch de slaaf van de familie) die ons naar het boothuisje brengt. Het regent te hard om naar de goede boot te gaan dus ik word eerst naar de familie gebracht. Daar zitten moeders, twee dochters en een van de vele ooms. Ik word volgepropt met koekjes en cake terwijl er een soort wedstrijd wordt gehouden in wie er het hardst in Kashmiri kan schreeuwen. Af en toe wordt er gelachen en realiseer ik me dat er geen echtscheiding zal ontstaan uit het gesprek. Als de regen wat geminderd is word ik met de shikara naar mijn boot gebracht. Deze huisboten zijn oorspronkelijk door de Engelsen gemaakt omdat die hier niet op het land mochten bouwen. Desondanks dat is alles in Perzische stijl en elk stukje hout is met de hand bewerkt.
De dagen erna fiets ik wat rond en bezoek ik een aantal prachtige parken (Nashit park?) in Srinager. Ik neem ook de boot en krijg een hele rondleiding over het Dal Lake.
Een ochtend wordt er hard op mijn deur geklopt. De andere Indiase toeristen die in de zelfde boot zaten gaan weg en willen nog even met mijn slaapkop op de foto.

Na een aantal dagen lekker te hebben ontspannen kopen Omer en Ajaz uit Delhi. Zij waren de gene waarbij ik in Delhi in huis zat. Omer rijdt me van hot naar her en ik word aan de gehele familie voorgesteld. Dit inclusief de oude kleine opa met een immense baard die erop staat mijn moeder te bellen om te zeggen dat ik veilig ben in Kashmir en niet iedereen een terrorist is.
De dag erna verblijven er ook twee andere Engelse jongens in de boot, Paddy en Tom. Met hun ga ik in de bergen trekken voor 7 dagen.
Trektocht dag 1:
we vertrekken 6 uur later dan gepland en verblijven bij zigeuners in Shatkari Village. We eten rijst met aardappelen en Chai.
Trektocht dag 2:
We gaan met 2 paardenmannetjes (Abdul en Riaz), een kok (Kazim), 4 paarden en ons drieen de bergen in. De eerste nacht slaap ik op een doorweekt matras dat voelt als een zwembad en we eten rijst met aardappelen en Kashmiri thee.
Trektocht dag 3:
Het regent zo veel dat we niet verder kunnen en we spelen elke dag kaartspelletjes. De drie Indiase gekken duwen een hele boom om en tillen deze om het kampvuur. We eten rijst met aardappelen, oud brood en chai.
Trektocht dag 4:
We trekken verder langs zigeunershutten. Ik heb een snee in mijn voet. 's Avonds slapen we in een verlaten hut. We eten rijst, aardappelen en geitenvlees. Oh en chai.
Trektocht dag 5:
We gaan door de sneeuw verder en mijn skibroek fungeert als slee. Een paard bezeert zich aan zijn voet en we eten rijst, aardappelen, oud vlees en chai.
Trektocht dag 6:
Tom en ik maken met Abdul een dagtocht en gaan over de dikbesneeuwde bergen. Ik glij meerdere malen uit en ben een kwartier lang opzoek naar een stukje dat niet wit is (naast mijn paarse skibroek) Bij terugkomst eten we rijst, aardappelen, verrot vlees en chai.
Trektocht dag 7:
Ik ben ziek. We gaan met de paarden terug naar het dorpje en ik word op een paard gehezen. We slapen in het dorpje en eten rijst, koude tomatensaus en beschimmeld brood. Oh en beige water.
Trektocht dag 8:
We zitten een paar uur vast omdat het zo erg regent en kunnen uiteindelijk terug komen naar Srinager. We eten niets tot we bij Ajaz zijn en eten daar pasta.

Nu ben ik voorlopig nog aan het uitrusten in Srinager en ga daarna waarschijnlijk op een andere trektocht en met en jeep naar Leh.

11-05-10

Hamburgers in de achterbak en een oase van luxe

Na mijn wilde kamelenavontuur ben ik met Luke en Tim naar Bikaner gegaan. Helaas was dit een stoffige smogstad en waren we niet echt in een culturele stemming. De dag erna zijn we met de lokale bus naar Deshnok gegaan. Een klein dorpje waar je eigenlijk niets hebt behalve 1 tempel, maar wat voor 1. Op de een of andere manier is hier ooit iemand dood gegaan die zou reincarneren als een rat. Dit met als gevolg dat alle ratten hier heilig zijn en op handen en poten worden gedragen. Overal in de tempel rennen de dikke raten langs je voeten en drinken ze uit grote kommen melk. Erg fijn om een keer iets anders te zien, maar toch voelde ik me niet helemaal op me gemak tussen al die vieze beesten. Tim is na 5 minuten al naar buiten gevlucht, terwijl Luke en ik half paniekerig genoten van dit rare aanzicht.
De dag daarna ben ik naar Mandawa gegaan en heb ik helaas afscheid moeten nemen van de jongens. In Mandawa was ik ongeveer de enige toerist die de prachtige haveli's (beschilderde oude huizen) bewonderde. Ik liep een beetje rond over de rustige marktjes, waar kinderen me een half uur lang achtervolgden en pen, pen, pen riepen. Toch zat ik constant met het idee dat mama en brun eraan kwamen in mijn hoofd en ben ik al snel naar Delhi vertrokken. Na 8 uur in een gammele bus te hebben gezeten, vieze mannen, veel honger en geen toilet, kwam ik in het uber schone Delhi. Overal zijn prachtige rotondes en een echte goede asfalt weg! Pas op het moment dat ik aankom op de main bazaar in Paharganj realiseer ik me dat ik toch nog in India was. Een opgebroken weg, overal electriciteitsdraden, bedelende mensen zonder armen en benen en voor het eerst een echte regenbui! Eindelijk verkoeling! De dag erna heb ik me ingecheckt bij La Sagrita in Sundar Nagar. En dan nog een hele dag wachten. Ik probeerde mezelf maar bezig te houden met een dierentuin en een Tibetaans museum. Toch werden er in de dierentuin meer foto's van mij gemaakt dan van de zeldzame witte tijgers. Dan eindelijk is het avond. Ik reed met Rabi mee naar het vliegtuig en na een uur wachten waren mama en brun er eindelijk! Zo fijn om weer iets eigens hier te hebben! Dat moest natuurlijk gelijk gevierd worden met King Fisher's, drop, jenever en pindakaas!
De volgende dag zijn we gaan winkelen op Jan Path. Dit was erg rustig vanwege de grote mogelijkheid op een terroristische aanslag. Dan denk je dat ze de markten goed beveiligen door er wat agenten en een metaaldetektor neer te zeten. Maar dan zitten ze alleen maar uit hun neus te vreten en loopt iedereen er gewoon langs. In de middag kwam een oase van rust en schoonheid. Ik treed de wereld van de Hyat binnen. Een prachtig hotel waar we een massage en een pedicure krijgen. De man schrikt alleen van mijn voeten die er inmiddels uit zien als die van een holbewoner. Helemaal schoon en ontspannen gaan we in een restaurant in een parkje vlees eten!
De volgende ochtend staan we vroeg op. Een fietstoch door Old Delhi. Na tien minuten fietsen is het uitzicht al prachtig. We rijden over de vleesmarkt waar mannen met hompen bebloed vlees over hun schouder lopen en deze vervolgens op de achterbank neerknallen. Hun kleren zijn doordrenkt met bloed en de geur is ondragelijk. Verderop staat een kar met gevilde dierenkoppen, snel doorfietsen dus. Daarna komen we op de kruidenmarkt. Een kakafonie van geuren door onze neus heen wordt gezogen. Iedereen is constant aan het niezen, maar vanaf een dak is het uitzicht overweldigend. Daarna rijden we nog langs Jama Masjid, het rode fort en eten we geit als ontbijt bij het beroemde restaurant Karim's. We winkelen nog wat en keren daarna terug naar het hotel om alle stank van ons af te wassen. 's Avonds gaan we uit eten bij de Hyat en dat past natuurlijk niet helemaal bij de geur van bloed, kruiden en urine. We stappen de oase weer binnen waar we een heerlijke maaltijd geserveerd krijgen met weer vlees! Langzaam aan begin ik te wennen aan het feit dat ik schoon ben, vlees eet en make-up op heb. Ondertussen klinken de zachte stem van een Indiase man en vrouw die in het restaurant zingen.
De volgende ochtend worden we gestraft, flink. Zelfs vlees op de beste plaatsen is hier toch niet zo'n goed idee. We staan op met de gedachte dat we een half uur later naar het treinstaion moeten voor de trein naar Jaipur. Dit is helaas niet zo makkelijk en aan 1 wc hebben we niet genoeg. We knallen er ieder 2 immodiums in maar deze werken niet snel genoeg met als gevolg dat het bad en een emmer ook als toilet moeten fungeren. Leuk joh, zo'n Delhi-belly!
De immodium slaat in en we redden het tot in de trein. Hier worden we bezig gehouden met kleine hapjes en chai en vliegt de treinreis voorbij.
We gaan naar het Mandawa Haveli hotel en brun komt aanzetten met het schema voor de dag. Wel even wennen aan een keer 5 dingen op een dag doen in plaats van 1.
We lopen over wat marktjes, dingen de enorm hoge prijzen af en laten op straat een foto maken met een honderd jaar oude camera. Daarna gaan we bij het super kitsche restaurant LMB eten war een lelijke versie van art-deco wordt gemixt met disco. Toch is de thali en de ananassap erg lekker. Ook hebben we dingen als het Amberfort, Janter Manter en de City Palace bezocht. Oververhit van alle activiteiten loop ik er sloop achteraan in de 45 graden. Als ik de hele reis op dat tempo zou doen had ik al heel Azie kunnen zien. Wel is het heel erg fijn dat iemand anders een keer bepaald en nadenkt over wat we de hele dag gaan doen. Hoef ik zelf niet eeuwig de Lonely Planet door te spitten. 's Avonds gaan we met de trein terug naar Delhi. Stiekem openen we daar een fles wijn die brun nog van het vliegtuig had meegenomen. Wij proberen heel voorzichtig kleine slokjes wijn te nemen totdat we zien dat de conducteur achter ons een flesje bier opent. En nog een. Met een betrapte glimlach probeert de dikke Sikh ons snel ook een biertje aan te bieden. Een half uur later komt er nog een fles te voorschijn, whiskey. De ogen van de conducteur worden steeds glaziger en hij koopt de rest van het personeel af met een slokje van zijn whiskey. Op het moment dat hij onze fles wijn ziet moet hij vol herkenning lachen en zegt er gelukkig niets van.
De dag erna laten we nog even onze winkeldrang eruit in Greater Kailash. Ik probeer nog snel wat dingen te kopen die ik met mama en brun mee kan geven en 's avonds eten we een heerlijke ECHTE pizza. Na een dramatisch afscheid zit ik daar weer verlaten in mijn eentje op mijn hotelkamer en komt een van de mannen van het personeel vrolijk mijn kamer binnen tijdens een huilbui. Hij haalt het extra bed weg en blijft drammerige vragen stellen die allemaal keer op keer benadrukken dat ik alleen ben. Wat een empathie. De dag erna ga ik weer terug naar Paharganj, terug naar de 'hey sexy girl', madam, madam, madam. Dit was nooit helemaal weg gegaan maar wel een stuk verminderd als je niet in je eentje bent. Het voelt een beetje alsof ik terug bij af ben, geen vlees meer, geen luxe oase, maar weer een budget en een eigen planning.
Nu blijf ik hier nog even, Delhi heeft zo veel dingen om te zien. Ik struin wat rond en geniet nog even van de barista's en McDonald's. Morgenavond ga ik met de trein naar Varanasi, waar vast geen cappucino's te krijgen zijn.

26-04-10

Wanhopige mensen en spugende kamelen

Ok en dan zit je opeens midden in de woestijn. De afgelopen week is het heeter en heeter geworden. Het is nooit meer een optie om ergens in de dertig graden te zitten, je moet gewoon blij zijn dat het nog net geen vijftig is.
Na het nare Ajmer ben ik na een lange busreis naar Jodhpur gegaan. Natuurlijk wilde de rickshaw me weer niet naar het goede hotel brengen omdat hij daar geen geld voor kreeg. Aangekomen bij het hotel waar ik voor het eerst had gereserveerd, werd er niet open gedaan en moest ik wel naar een ander hotel. Ik plofte neer op een bed in het Hare Krishna Guesthouse. Er was een aircooler(soort AC maar dan met schimmel) dus ik vond het prima. De volgende ochtend ben ik lopend (!) naar het Maharaja Fort gegaan. Dit had ik beter met een rickshaw kunnen doen aangezien het een flinke klim omhoog was en inmiddels ook al over de 40 graden. Toch was het zeker de moeite waard, helemaal omdat je een audiotour kreeg. De audiotours in India zijn hylarisch. Het begint altijd met een muziekje en dan hoor je een lage Engelse stem met een zwaar Indiaas accent. Het geheel is net een hoorspel omdat constant geluiden overal tussendoor hoort. 's Middags ging ik naar de Clocktower en een markt maar ik ben al snel gevlucht naar een van de weinige restaurants met AC vanwege de hitte. Die avond ben ik gaan uitrusten op het dakterras van het hotel. Daar heb ik twee Franse meisjes (Solene en Stephanie) en twee Australische jongens (Luke en Tim) ontmoet. De dagen erna heb ik veel met hun rondgehangen aangezien zij in het zelfde hotel verbleven.
Mijn volgende stop was Jaisalmer. Luke, Tim, Solene en Stephanie gingen ook die kant op, dus zijn we samen gegaan. Dit is een erg fijn gezelschap en zo is de camelsafari een stuk goedkoper. Nadat we uit de bus stapten in Jaisalmer werden we aangevallen door Indiers. Ik denk dat de mensen in Jaisalmer de meest wanhopige mensen zijn in heel India. Ze rennen achter je aan als je alleen al langs hun boekwinkel loopt en we krijgen gratis richshaws aangeboden als we in hun hotel verblijven. Op deze manier komen we in een prachtig hotel terecht, naast de Jain temple en midden in het fort. Het is een van de goedkoopste en een van de mooiste hotels die ik tot nu toe heb gehad in India. Het enige nadeel is dat het personeel niets te doen heeft, toch te druk is om een cooler te regelen(na 20 keer vragen in 2 dagen en boos te moeten worden EN te dreigen met het niet betalen voor de hotelkamer lukte het) en daarnaast alles wilt weten wat je doet. Zodra we ergens anders gingen eten dan in het hotel, komt de manager paniekerig naar ons toe waar we waren en of we niet nog een keer willen eten. We besluiten maar snel richting de kamelen te gaan.
's Ochtends moesten we vroeg opstaan en gingen we eerst met de jeep naar een spookstadje. Dit kleine dorpje midden in de woestijn was vervloekt en niemand durfde daar een nacht te spenderen. Daarnaast was er een prachtig Maharaja familiegraf. En toen kwamen de kamelen. Zes suffe kamelen op een rijtje die al helemaal bepakt waren met daarnaast drie Indiase mannetjes met tulbanden. Ik kreeg Pappoo. De oudste van het stel en net als alle andere helemaal onder de teken. Het fijne was dat ze helemaal niets uitlegde en je gewoon om de kameel neerplanten en wegsturen. Tim kreeg de kameel met de kip erop. De kip zat in een kleine kartonnen doos en ze gooiden wat water over z'n gezicht zodat 'hij het kon drinken'. Binnen een half uur was de kip dood, maar de guide wilde het niet geloven. Hij raakte lichtelijk in paniek aangezien hij nu niet Halal geslacht was. Conclusie: ze wilden de kip niet meer aanraken en wij moesten hem verder slachten. Gelukkig waren Tim en Stephanie twee vrijwilligers en heb ik slechts toegekeken. Het was een erg fijn gezicht om te zien hoe ze de veren eruit trokken, de kip eraf rukten en de ingewanden eruit sneden. Nog snel de poten eraf hakken en op het vuur. Uiteindelijk was het erg taaie kip met alleen een beetje zout erover maar het proefte hemels. Sinds meer dan een maand eindelijk weer een stukje vlees; ik weet weer wat ik mis.
Na lunch en een siesta weer op Pappoo's rug geklommen en verder nog de woestijn. Het waren op dit moment nog geen uitgestrekte vlaktes, maar daardoor zag je af en toe nog een geitje, skelet of verdwaalde kameel. De eindbestemming was de 'Ghost Dunes'. Uitgestrekte zachte zandvlaktes met niets anders dan heuvels en een paar insecten. De mannetjes begonnen aan ons avondmaal terwijl wij keken naar zonsondergang en de grote hoeveelheid langzaamverschijnende sterren. Hoewel je je naar kameelstinkende zadel gebruikt als matras, is het fantastisch om in absolute stilte deze sterrenhemel te bewonderen. Rond zes uur ben ik weer opgestaan om de opkomende zon te bewonderen. Een kopje chai en wat porridge en Pappoo en ik zijn weer klaar voor de reis. Vandaag is het alleen een stuk warmer; zo rond de 45 graden en geen zuchtje wind. Ik zweet me kapot onder mijn burka en zit als een zoutzak op de kameel. Toch is het hypnotiserende gewaggel een erg fijn gevoel. Op het moment dat ik niet oplet en in de kleermakerszit op de kameel zit, besluit Papoo een immense teek aan mijn broek af te vegen. Hij slaat zijn hoofd achterover en veegt snot, kwijl, haren en een teek aan mijn broek af. Ik probeer aan het touw te trekken en te gillen om hem weg te krijgen, maar luisteren doet hij niet. Ook heel fijn dat de guide me alleen maar aan het uitlachen is. De teek sla ik snel van me af maar later vind ik hem in mijn hotelkamer weer terug.
Sindsdien heb ik alleen met spierpijn rongeslenterd en wat nutteloze souveniertjes gekocht. Aangezien mama en brun toch komen (!!!) kan ik mijn hele tas nu volproppen met alle goedkope nutteloze spullen die ik nog wilde kopen.
Voor nu ben ik nog steeds aan het uitrusten en ga ik morgen met Tim en Luke naar Bikaner. Stephanie en Solene hadden hun ticket naar Delhi al geboekt en gaan de andere kant op. Oh en je kunt hier een massage krijgen; Rs.500 voor 1 uur!

19-04-10

Laat me met rust!

Het toeristische Udaipur was achteraf gezien toch wel fijn. Na de chaimannetjes ben ik nog 2 dagen gebleven en had ik ook 2 Nederlandse meisjes ontmoet. Dit was echt heel erg fijn, omdat zij alle dingen echt snapten die ik had meegemaakt, incl. de irritaties etc. Met hun heb ik een dag rondgelopen, gewinkeld en wat gegeten. 's Avonds heb ik toen de bus gepakt richting Ajmer. Deze ging alleen over zo'n slechte weg dat ik elke keer van de ene kant van mijn smalle, doorgezakte bedje naar de andere kant werd gegooid. Op de momenten dat ik bijna sliep, knalde ik dan weer met mijn benen tegen een ijzeren balk aan. Dit leverde dus weinig slaap en veel blauwe plekken op. Aangekomen om 5 uur 's ochtends in Ajmer was er maar 1 rickshaw die me naar Pushkar kon brengen en dus voor veel te veel geld. Toch was het wel fijn om over de 'Snake Mountain' te rijden met zonsopgang en de ghettoblaster met Indiase muziek hield me ook wakker. In Pushkar was mijn hotel perfect. Het heette Lake View en had dus uitzicht op een lake dat droog was. Toch was het bed echt heerlijk en voor het eerst echt een goed kussen! Ik heb wat rondgelopen en wilde de enige Brahma tempel in India bezoeken. Op dat moment kreeg ik te horen dat er een soort festival was en allemaal mensen uit Gujarat daarvoor hierheen komen. Lekker druk dus. Toch word ik vrolijk van alle lieve vrouwen die nog nooit een blank persoon lijken te hebben gezien. Deze vrolijkheid wordt al snel weer verpest. Ik kan zo chagerijnig worden van het feit dat ik bij alles word afgezet. Dat krijg ik voor dingen een prijs te horen waarvan ik weet dat het gewoon 5 keer zoveel is als ik zou moeten betalen. Pushkar is dan misschien een leuk klein stadje, het stikt er ook van de opdringerige Indiase mannen. De hoeveelheid knipogen, luchtkusjes en 'hey sweeties' zijn deze afgelopen dagen vermiljoenvoudigd. Na een uur begin ik al een muur om me heen te bouwen en iedereen ook maar iets van aandacht vraagt krijgt een dode boze blik en geen reactie.
Vanochtend had ik besloten om naar Ajmer te gaan. Dit is ook maar 10 kilometer van Pushkar en leek me wel een leuke stad. Toch stikt het hier weer van de mannen. Ik begin echt een afkeer te krijgen tegen dat volk, dat mannenvolk. De starende blikken, gratis rondleidingen in de stad omdat 'your so beautifull'. Nee! Ik ben gewoon blank ok! Mijn oplossing is om gewoon alles aan vrouwen te vragen, die altijd heel erg vriendelijk zijn en geen nare bijbedoelingen hebben. Begrijp me niet verkeerd, het is een prachtige cultuur en sommige mensen zijn tot nu toe zo vriendelijk en behulpzaam geweest. Maar negen van de tien keer als ik denk iemand te kunnen vertrouwen, blijkt dat weer niet zo te zijn. Dit zorgt er gewoon voor dat ik een soort arrogant monster ben geworden dat alleen voor zich uit staart en nergens op reageert. Niet echt gezellig, maar toch blijkt dit de beste manier te zijn om van de achtervolgende en stalkende mannen af te komen.
Op dit moment zit ik nog in Ajmer, maar ik vershuil me in AC restaurants, internetcafes en mijn hotelkamer. Ten eerste omdat het gewoon te heet is, maar vooral vanwege 'die mannen'. Ik heb ook heel snel een busticket geboekt naar Jodhpur. Hopelijk is dit een betere, mooiere, vrouwvriendelijkere stad. Want ik heb er zelfs een busreis van 5,5 uur zonder AC en alleen een stoel voor over. En 1 ding weet ik zeker, ik zal niet met een Indiaas vriendje thuis komen!

15-04-10

'No chapati, no chai, no woman, no cry'

Mijn favoriete bezigheid in India is chai drinken. Niet dat chai nou zo'n fantastisch drankje is, maar de plek waar je het koopt is altijd erg leuk. Je hebt overal kleine kraampjes aan de zijkant van de straat waar ze verse chai en andere lekkere Indiase gerechten maken. Deze kraampjes zijn meestal omringd door mannen die eigenlijk de hele dag niets te doen hebben. Als je dan als vrouwzijnde in je eentje ertussen gaat staan en chai van een schoteltje slurpt, kijken ze je raar aan. Toch levert dit vaak een erg leuk gesprek op. Gister na de gebruikeijke 'your frrroom, yourrr countrryy? youurrrr name? firrrst time indiaaa?', kreeg ik een nieuwe reactie. 'Aaahhrr Holland? Holland no good!' Oh nou en bedankt. 'Hollaaaaand many many junky!' Oh nou nogmaals bedankt. 'You know Pushkar? Many many Hollandpeople, all junky!' Langzaam probeer ik hem uit te leggen dat niet IEDEREEN een junky is in Nederland en dat ik in India nog meer mensen stoned op straat heb zien liggen dan dat er ooit in Nederland zullen zijn, zelfs al tel je alle coffeeshops uit Amsterdam bij elkaar op. De boodschap komt niet aan. 'You know Bob Marley? Yes yes he also many many drugs, nog good! You know him? Song like "no chapati, nog chai, no woman, no cry?" Voor vijf minuten lig ik dubbel van het lachen aangezien hij blijft volhouden dat dit de echte teksten zijn uit het liedje van Bob Marley. 'Yes yes, he singing about India! I have on computer!' Ergens geloof ik vast wel dat hij deze aangepaste Bob Marley versie op zijn computer heeft, omdat een of andere rare Indier het nummer twintig jaar geleden zou hebben aangepast. Alleen zelf zal hij waarschijnlijk nooit door hebben dat niet alles in de wereld is gebasseerd op iets uit India.

14-04-10

Een kleurrijke stank

Ik neem afscheid van Nithin en zijn familie. Vaarwel van het heerlijke verse eten, de gezellige warme mensen en achtervolgende kinderen; ik ga naar Rajasthan. In de zoveelste sleeperbus val ik in slsap onder een kakofonie van gescheet, gesnurk, geboer, geroggel, gespuug, valse Indiase muziek en het gezoem en melodisch getoeter van de bus. Na een hele dag reizen kom ik aan in Udaipur. Ik kom aan om 3 uur 's nachts en het eerste wat ik zie zijn opdringerige rickshawchauffeurs die me proberen af te zetten. Ook stinkt het hier een stuk meer dan in Gujarat. Een soort mengeling van ontlasting van koeien, geiten, zwijnen, olifanten, kamelen, paarden, duiven, mensen en honden. Daarnaast komt er geregeld een windvlaag van wierook, chili, henna, zweet, kardemom en andere Indiase kruiden voorbij. Aangezien de wegen op dit tijdstip compleet verlaten zijn, biedt de chauffeur me aan om de rickshaw te besturen. Dit is alleen iets moeilijker dan ik dacht. Bij elke bocht of voorbij lopende hond raakt hij ook in paniek en neemt hij haastig het stuur over. In het hotel (Lalghat guesthouse) plof ik neer om snel nog een paar uurtjes te snurken.
's Ochtends sta ik op bij zonsopgang. Ik eet breadbutterjam (ja dit is hier 1 woord) en heb een prachtig uitzicht vanaf het dakterras. Verderop zie ik in het meer het prachtige Lake Palace liggen. Daar ga ik morgen naartoe om de film Octopussy te herbeleven. Dat is hier niet zo moeilijk, aangezien ze die film in elk restaurant de hele dag afspelen.
Na een paar uur te hebben rondgelopen en het prachtige City Palace te hebben bezocht, heb ik al meer toeristen gezien dan in de afgelopen 3,5 week. Udaipur is dan misschien een mooie pittoreske stad met heuvelachtige smalle straatjes, het is ook doorleefd met toeristen. Het stikt van de hotels en de mensen hier zijn gewend geraakt aan de domme toeristen die overal de volle prijs voor betalen; het afdingen wordt hier iets moeilijker dus. Ook hebben de rickshaws een minimumprijs van Rs.50. Dat is ongeveer 80 cent en dus echt super veel! Misschien een betere optie om een fiets te huren en mijn benen eens flink te trainen over de steile, smalle straatjes. Maar nu eerst een douche. Ik ben weer enorm bruin en weet dat dat gewoon onmogelijk is. Flink boenen en ik heb mijn 'fareness' weer terug. Dat is waar alle Indiase mensen naar streven, dus misschien moet ik dat ook maar proberen. Oh en dan nog iets. Het is hier nu 42 graden en iemand vertelde me net doodleuk dat Udaipur de koudste stad van Rajasthan is. Ik verdrink nu al in mijn eigen zweet en kan de laatste keer dat ik een stukje huid had dat droog was niet meer herinneren.

12-04-10

Miauw

De busreis naar Diu was eigenlijk verschikkelijk. Ik moest van loket naar loket lopen en overstappen naar een andere bus midden in een verschrikkelijke krottenwijk. Toch ben ik hier aardig aan gewend geraakt en lijken zulke dingen gewoon een deel van mijn dagelijkse routine. In Diu heb ik inderdaad een scooter gehuurd. Ik heb een heel rondje gereden over het eiland en kwam langs verschillende kleine dorpjes. Van een dichtgegroeid tropisch bos met veel palmbomen tot een uitgestrekte vlakte met een uitzicht over de zee. Helaas kan ik hier niet zwemmen aangezien het strand bezaaid is met dronken Indiase mannen. Ik zwem alleen bij het hotel en zie dit vooral als een ruststop. Na drie nachten neem ik de bus naar Sasan Gir, waar ik eergister ben aangekomen. Ik ben nog niet uit de bus gestapt of ik word al aangesprokken door een oude man die een visitekaartje en een telefoon in mijn handen duwt. De man aan de telefoon zegt dat ik 5 minuten moet wachten en hij daarheen komt. Hij vertelt me dat hij om de hoek woont en zijn nichtje zal me erheen brengen. Ik loop samen met het achtjarige meisje naar het huis en sindsdien heeft zij mij zeide niet meer alleen gelaten. Ze spreekt perfect Engels, net als veel van de andere kinderen hier. Het huis heeft vier kamers en ik mag er een kiezen. Overal lopen kinderen en mensen die vrienden en familie zijn van de eigenaar, Nithin. Het is geweldig om te zien hoe het huishouden hier in India is en eigenlijk ben ik aan het logeren bij deze mensen thuis. Ze maken verse maaltijden voor me met heerlijke Chapatti, thali, chai en andere dingen waarvan ik de naam niet weet. Ik spreek met een vriend van Nathin, Farouk, af om de volgende ochtend voor zes uur lang op safari te gaan. Ook een andere Duitse jongen gaat mee.
De volgende ochtend is het extreem vroeg opstaan na de weinige uren slaap (muggenparadijs). Voor zes uur rijden we door het Sasan Gir Naturepark opzoek naar de Girleeuwen. Dit is de enige plek op de wereld waar je deze leeuwen nog vindt (populatie van ongeveer 350). We zien veel herten, sambar, apen en vogels. Af en toe stoppen we bij een kraampje voor Chai. Aan het eind van de dag geven we het op. Geen leeuwen en geen luipaarden. Maar morgen is er gelukkig weer een dag.
Vanochtend was het iets later opstaan en hadden we een safari geregeld via de overheid. Deze zijn duurder en duren maar drie uur, maar zijn zeker de moeite waard. Als je ze tijdens de reis extra betaald, gaan ze van de paden af. Dit met als gevolg dat ik op acht meter afstand kom te staan met een groep van zes leeuwen. Ze liggen rustig in de schaduw te slapen en kijken ons vredig aan. Het is zo ongelovelijk onbeschrijvelijk prachtig om deze dieren hier in het wild te zien. Dat is met niets vergelijkbaar. Het gaf een enorme kick en heel veel voldoening. Zo mooi, zo echt, zo dichtbij, dat is werkelijk fantastisch. Na een kwartier komt er een andere jeep en moeten we ruimte maken. We rijden verder door het park en ik kan een enorme greins niet van mijn gezicht halen. Ik voel kriebels in mijn buik en overal kippenvel. Vol enthousiasme praten we over deze prachtige wezens. Plotseling trapt de chauffeur keihard op zijn rem en zet de jeep in zijn achteruit. Nog twee leeuwen! Op zo'n 15 meter afstand liggen deze vrouwtjes ook uit te rusten. Hier kunnen we een half uur blijven staan om alleen maar naar ze te kijken. Ik moet zeggen dat ik dat de hele dag zou kunnen doen en het nooit zou vervelen. Ergens had ik zelfs de neiging om erheen te rennen en ze een knuffel te geven. Toch leek dit niet zo'n goed idee.
Inmiddels ben ik wat van mijn ethousiasme gekalmeerd. Maar dit blijft iets bijzonders en iets dat ik altijd zal onthouden. Het is nergens mee vergelijkbaar en al helemaal niet met een dierentuin! Ach, misschien moet je er ook maar gewoon heen gaan. Ik kan er uren over praten hoe fantastisch het was, maar alle elementen zoals hitte, een hobbelige weg, het dorre bos, de lieve Indiase tourguide en natuurlijk deze prachtige beesten komen dan niet goed tot hun recht.
Als ik weer helemaal uit mijn leeuwenroes ben gekomen ga ik verder richting Udaipur. Hopelijk kan ik morgenavond met een sleeperbus vanuit Junagadh erheen.

06-04-10

Ik begin een beetje verliefd te worden

Ellora was inderdaad mooi. 's Ochtends vroeg (8 uur) kwam ik aan in Ellora. Of naja, een dorpje verder want ik zat achterin de local bus en was niet optijd om uit te stappen en zat nog half verwikkeld in dromenland. Een boedhistische jongen kwam naar me toe om uit te leggen dat ik het beste bij de Jain caves kon beginnen en dan langzaam richting het zuiden te lopen. Op deze manier zie je elke grot op het moment dat de zon er het mooiste op valt. Dit was ook zo. Na drie uur te hebben rondgelopen kon ik alleen geen grot meer zien. Het waren er meer dan dertig en stuk voor stuk beeldschoon. Ook omdat ik zo vroeg was, was het nog erg rustig en was ik in de meeste grotten helemaal alleen. Een man die al meer dan twintig jaar in de grotten werkt begint te zingen om me de verschillende eggo's te laten horen. Het klinkt prachtig en rustigevend. Ik blijf niet lang alleen. Verschillende malen wordt er gevraagd of ik met mensen op de foto ga en ik ben een soort trekpleister voor jonge jongens die nog nooit alcohol hebben gedronken, laat staan hun stad ooit te hebben verlaten. Ik merk alleen wel dat hoe langer ze blijven plakken, hoe moeilijker het is om ze af te wimpelen. Rond een uur of 1 besluit ik terug te gaan omdat de hitte zijn hoogtepunt weer heeft bereikt.
De volgende avond ga ik met de bus naar Ahmedabad. Hiermee maak ik mijn langste busreis (16 uur) tot nu toe. Dit puur om de reden omdat er niet veel boeiende steden in het tussenliggende gebied zijn. Ahmedabad is fijn. Mensen geven me veel sneller een goede prijs en blijven vriendelijk lachen. Af en toe struikel ik over een kameel of een olifant of een koe of een hond. Ondanks de grote hoeveelheid smog is deze stad enorm relaxed. De mensen zijn bijna allemaal erg vriendelijk en niet zo opdringerig zoals in Pune. Ik besluit alles rustig aan te doen. Ik lig een beetje in het park te lezen, eet was ijsjes en ga naar de markt. Mijn middagen vul ik met siesta's en 's avonds zoek ik een restaurantje om steeds weer iets nieuws en ongelovelijk heets te eten. Een andere middag ben ik naar de bioscoop gegaan. Dit was heerlijk ontspannend vanwege de AC. Ik was voor de zoveelste keer een van de weinige vrouwen en zeker de enige blanke persoon. De hele film (op sommige schreeuwerige kreten na) was in het Hindi. Toch kon ik het perfect volgen. Elke denkbare cliche-scene zat erin. De uitdrukkingen op de gezichten waren zo overdreven, dat ik constant op de verkeerde momenten moest lachen. Het voelde als de perfecte mix tussen een superschoon India en Julie Andrews. Dit is de link van de film: http://www.youtube.com/watch?v=LEBoHPRIG-U

India wordt een steeds fijner land. Ik maak me geen zorgen meer om mijn dagelijkse dingen in Nederland. Ik douche 1 keer in de twee/drie dagen. Als ik op bed lig en er loopt een kakkerlak, draai ik me nog een keer om. Ik kan er wel weer een probleem van maken, maar de mensen hier zullen het niet begrijpen. En ik geef ze groot gelijk. Dit is hun land met hun normen en waarden; ik moet me aanpassen, niet zij. Mijn dagelijkse bezigheden kunnen me ook niet zo veel meer schelen. Als ik honger heb eet ik. Ik maak geen planning en slenter maar wat rond. Overal lachen mensen toch naar me, dus waarom zou ik niet blij zijn? Langzaam begint alle narigheid te vervagen en begin ik de mooie dingen van deze cultuur beter te zien. Als ik een zwerfer zie, zie ik alleen de blije glimlach als ik haar een stukje banaan geef. Zo wordt het voor mezelf alleen maar fijner en makkelijker. De taal gaat alleen niet zo snel. Ik kan een krampachtige 1t/m10 zeggen en weet nu ook die cijfers in het Sanskriet te lezen. Daarnaast blijft het vooral bij ja, nee, dankjewel en een aantal gerechten. Vooral lassi en idli vind ik erg lekker.
Vanavond vertrek ik met de bus naar Diu. Dat is de enige plek in Gujarat waar je King Fischer's kunt kopen. Het schijnt een soort Goa te zijn alleen dan rustiger. De gedachte om nog een keer de zee te zien, lijkt me vooral heel fijn. Ik blijf daar zolang het fijn is. Ook schijnt het dat de wegen in Diu heel goed zijn met nog geen kip (of koe) op de weg. Misschien de perfecte kans om een scootertje te huren voor slechts Rs.150 per dag en dit kleine eilandje te ontdekken. Na mijn verblijf op Diu ga ik weer richting het noorden naar Sasan Gir. Daar is een natuurpark waar als enige plek op de wereld nog Aziatische leeuwen zijn. Dat moet vast een interessante ervaring worden.
In ieder geval ben ik geen verwarde Alice meer in dit prachtige wonderland. Ik begin me thuis te voelen tussen de smerigheid en schoonheid van dit land. Het irritante konijn is veranderd in een sympathieke hoteleigenaar, de vage kat is een hulpzame rickshawchauffeur geworden en de boze koningin is een lief oud vrouwtje op straat geworden die bedelt om een aalmoes. Kan haar het wat schelen of alle rozen rood zijn.