Zoeken in deze blog

29-05-10

the hills are alive with the sound of music

Ok, dus ik ging niet naar Varanasi. In een luie bui en door te weinig aandacht aan mijn horloge te spenderen heb ik hem gemist. Al met al maakte dit niet veel uit aangezien ik via een ander tourist bij een couchsurfingsite kwam en zo weer bij een familie terecht kwam. Ze kwamen uit Kashmir en nodigden me gelijk uit om in Srinager ook bij hun te verblijven. Vervolgens ben ik met een busreis van 26 uur van Delhi naar Srinagar gegaan. Ik moest een miljoen keer uitstappen om formulieren in te vullen over waar ik zou verblijven; ze wilde bijna de naam van mijn kat weten! Het was het wel dubbel en dwars waard toen ik 's ochtends om 5 uur wakker werd midden in de Kashmir vallei. Geen stinkende hitte en stof meer. Het was koud. Tussen de bergen stroomden kleine riviertjes en liepen wat verdwaalde schapen en geitjes. Nadat een kopje chai en wat meisjes eindelijk hun gezicht met een facial soap hebben gewassen naast een poepende man, gaat de bus weer verder.
Eenmaal in Srinager aangekomen staat een kleine man met een baard genaamd Fayaz met en bordje 'Anne Birthe' in zijn hand om me op te halen. We gaan eerst nog even langs de markt om een kip te laten slachten en wat ander voer te halen voor het avondmaal. We komen aan bij Dal Lake en parkeren de auto. Een klein bootje genaamd een 'Shikara' met daarin Kazim (praktisch de slaaf van de familie) die ons naar het boothuisje brengt. Het regent te hard om naar de goede boot te gaan dus ik word eerst naar de familie gebracht. Daar zitten moeders, twee dochters en een van de vele ooms. Ik word volgepropt met koekjes en cake terwijl er een soort wedstrijd wordt gehouden in wie er het hardst in Kashmiri kan schreeuwen. Af en toe wordt er gelachen en realiseer ik me dat er geen echtscheiding zal ontstaan uit het gesprek. Als de regen wat geminderd is word ik met de shikara naar mijn boot gebracht. Deze huisboten zijn oorspronkelijk door de Engelsen gemaakt omdat die hier niet op het land mochten bouwen. Desondanks dat is alles in Perzische stijl en elk stukje hout is met de hand bewerkt.
De dagen erna fiets ik wat rond en bezoek ik een aantal prachtige parken (Nashit park?) in Srinager. Ik neem ook de boot en krijg een hele rondleiding over het Dal Lake.
Een ochtend wordt er hard op mijn deur geklopt. De andere Indiase toeristen die in de zelfde boot zaten gaan weg en willen nog even met mijn slaapkop op de foto.

Na een aantal dagen lekker te hebben ontspannen kopen Omer en Ajaz uit Delhi. Zij waren de gene waarbij ik in Delhi in huis zat. Omer rijdt me van hot naar her en ik word aan de gehele familie voorgesteld. Dit inclusief de oude kleine opa met een immense baard die erop staat mijn moeder te bellen om te zeggen dat ik veilig ben in Kashmir en niet iedereen een terrorist is.
De dag erna verblijven er ook twee andere Engelse jongens in de boot, Paddy en Tom. Met hun ga ik in de bergen trekken voor 7 dagen.
Trektocht dag 1:
we vertrekken 6 uur later dan gepland en verblijven bij zigeuners in Shatkari Village. We eten rijst met aardappelen en Chai.
Trektocht dag 2:
We gaan met 2 paardenmannetjes (Abdul en Riaz), een kok (Kazim), 4 paarden en ons drieen de bergen in. De eerste nacht slaap ik op een doorweekt matras dat voelt als een zwembad en we eten rijst met aardappelen en Kashmiri thee.
Trektocht dag 3:
Het regent zo veel dat we niet verder kunnen en we spelen elke dag kaartspelletjes. De drie Indiase gekken duwen een hele boom om en tillen deze om het kampvuur. We eten rijst met aardappelen, oud brood en chai.
Trektocht dag 4:
We trekken verder langs zigeunershutten. Ik heb een snee in mijn voet. 's Avonds slapen we in een verlaten hut. We eten rijst, aardappelen en geitenvlees. Oh en chai.
Trektocht dag 5:
We gaan door de sneeuw verder en mijn skibroek fungeert als slee. Een paard bezeert zich aan zijn voet en we eten rijst, aardappelen, oud vlees en chai.
Trektocht dag 6:
Tom en ik maken met Abdul een dagtocht en gaan over de dikbesneeuwde bergen. Ik glij meerdere malen uit en ben een kwartier lang opzoek naar een stukje dat niet wit is (naast mijn paarse skibroek) Bij terugkomst eten we rijst, aardappelen, verrot vlees en chai.
Trektocht dag 7:
Ik ben ziek. We gaan met de paarden terug naar het dorpje en ik word op een paard gehezen. We slapen in het dorpje en eten rijst, koude tomatensaus en beschimmeld brood. Oh en beige water.
Trektocht dag 8:
We zitten een paar uur vast omdat het zo erg regent en kunnen uiteindelijk terug komen naar Srinager. We eten niets tot we bij Ajaz zijn en eten daar pasta.

Nu ben ik voorlopig nog aan het uitrusten in Srinager en ga daarna waarschijnlijk op een andere trektocht en met en jeep naar Leh.

11-05-10

Hamburgers in de achterbak en een oase van luxe

Na mijn wilde kamelenavontuur ben ik met Luke en Tim naar Bikaner gegaan. Helaas was dit een stoffige smogstad en waren we niet echt in een culturele stemming. De dag erna zijn we met de lokale bus naar Deshnok gegaan. Een klein dorpje waar je eigenlijk niets hebt behalve 1 tempel, maar wat voor 1. Op de een of andere manier is hier ooit iemand dood gegaan die zou reincarneren als een rat. Dit met als gevolg dat alle ratten hier heilig zijn en op handen en poten worden gedragen. Overal in de tempel rennen de dikke raten langs je voeten en drinken ze uit grote kommen melk. Erg fijn om een keer iets anders te zien, maar toch voelde ik me niet helemaal op me gemak tussen al die vieze beesten. Tim is na 5 minuten al naar buiten gevlucht, terwijl Luke en ik half paniekerig genoten van dit rare aanzicht.
De dag daarna ben ik naar Mandawa gegaan en heb ik helaas afscheid moeten nemen van de jongens. In Mandawa was ik ongeveer de enige toerist die de prachtige haveli's (beschilderde oude huizen) bewonderde. Ik liep een beetje rond over de rustige marktjes, waar kinderen me een half uur lang achtervolgden en pen, pen, pen riepen. Toch zat ik constant met het idee dat mama en brun eraan kwamen in mijn hoofd en ben ik al snel naar Delhi vertrokken. Na 8 uur in een gammele bus te hebben gezeten, vieze mannen, veel honger en geen toilet, kwam ik in het uber schone Delhi. Overal zijn prachtige rotondes en een echte goede asfalt weg! Pas op het moment dat ik aankom op de main bazaar in Paharganj realiseer ik me dat ik toch nog in India was. Een opgebroken weg, overal electriciteitsdraden, bedelende mensen zonder armen en benen en voor het eerst een echte regenbui! Eindelijk verkoeling! De dag erna heb ik me ingecheckt bij La Sagrita in Sundar Nagar. En dan nog een hele dag wachten. Ik probeerde mezelf maar bezig te houden met een dierentuin en een Tibetaans museum. Toch werden er in de dierentuin meer foto's van mij gemaakt dan van de zeldzame witte tijgers. Dan eindelijk is het avond. Ik reed met Rabi mee naar het vliegtuig en na een uur wachten waren mama en brun er eindelijk! Zo fijn om weer iets eigens hier te hebben! Dat moest natuurlijk gelijk gevierd worden met King Fisher's, drop, jenever en pindakaas!
De volgende dag zijn we gaan winkelen op Jan Path. Dit was erg rustig vanwege de grote mogelijkheid op een terroristische aanslag. Dan denk je dat ze de markten goed beveiligen door er wat agenten en een metaaldetektor neer te zeten. Maar dan zitten ze alleen maar uit hun neus te vreten en loopt iedereen er gewoon langs. In de middag kwam een oase van rust en schoonheid. Ik treed de wereld van de Hyat binnen. Een prachtig hotel waar we een massage en een pedicure krijgen. De man schrikt alleen van mijn voeten die er inmiddels uit zien als die van een holbewoner. Helemaal schoon en ontspannen gaan we in een restaurant in een parkje vlees eten!
De volgende ochtend staan we vroeg op. Een fietstoch door Old Delhi. Na tien minuten fietsen is het uitzicht al prachtig. We rijden over de vleesmarkt waar mannen met hompen bebloed vlees over hun schouder lopen en deze vervolgens op de achterbank neerknallen. Hun kleren zijn doordrenkt met bloed en de geur is ondragelijk. Verderop staat een kar met gevilde dierenkoppen, snel doorfietsen dus. Daarna komen we op de kruidenmarkt. Een kakafonie van geuren door onze neus heen wordt gezogen. Iedereen is constant aan het niezen, maar vanaf een dak is het uitzicht overweldigend. Daarna rijden we nog langs Jama Masjid, het rode fort en eten we geit als ontbijt bij het beroemde restaurant Karim's. We winkelen nog wat en keren daarna terug naar het hotel om alle stank van ons af te wassen. 's Avonds gaan we uit eten bij de Hyat en dat past natuurlijk niet helemaal bij de geur van bloed, kruiden en urine. We stappen de oase weer binnen waar we een heerlijke maaltijd geserveerd krijgen met weer vlees! Langzaam aan begin ik te wennen aan het feit dat ik schoon ben, vlees eet en make-up op heb. Ondertussen klinken de zachte stem van een Indiase man en vrouw die in het restaurant zingen.
De volgende ochtend worden we gestraft, flink. Zelfs vlees op de beste plaatsen is hier toch niet zo'n goed idee. We staan op met de gedachte dat we een half uur later naar het treinstaion moeten voor de trein naar Jaipur. Dit is helaas niet zo makkelijk en aan 1 wc hebben we niet genoeg. We knallen er ieder 2 immodiums in maar deze werken niet snel genoeg met als gevolg dat het bad en een emmer ook als toilet moeten fungeren. Leuk joh, zo'n Delhi-belly!
De immodium slaat in en we redden het tot in de trein. Hier worden we bezig gehouden met kleine hapjes en chai en vliegt de treinreis voorbij.
We gaan naar het Mandawa Haveli hotel en brun komt aanzetten met het schema voor de dag. Wel even wennen aan een keer 5 dingen op een dag doen in plaats van 1.
We lopen over wat marktjes, dingen de enorm hoge prijzen af en laten op straat een foto maken met een honderd jaar oude camera. Daarna gaan we bij het super kitsche restaurant LMB eten war een lelijke versie van art-deco wordt gemixt met disco. Toch is de thali en de ananassap erg lekker. Ook hebben we dingen als het Amberfort, Janter Manter en de City Palace bezocht. Oververhit van alle activiteiten loop ik er sloop achteraan in de 45 graden. Als ik de hele reis op dat tempo zou doen had ik al heel Azie kunnen zien. Wel is het heel erg fijn dat iemand anders een keer bepaald en nadenkt over wat we de hele dag gaan doen. Hoef ik zelf niet eeuwig de Lonely Planet door te spitten. 's Avonds gaan we met de trein terug naar Delhi. Stiekem openen we daar een fles wijn die brun nog van het vliegtuig had meegenomen. Wij proberen heel voorzichtig kleine slokjes wijn te nemen totdat we zien dat de conducteur achter ons een flesje bier opent. En nog een. Met een betrapte glimlach probeert de dikke Sikh ons snel ook een biertje aan te bieden. Een half uur later komt er nog een fles te voorschijn, whiskey. De ogen van de conducteur worden steeds glaziger en hij koopt de rest van het personeel af met een slokje van zijn whiskey. Op het moment dat hij onze fles wijn ziet moet hij vol herkenning lachen en zegt er gelukkig niets van.
De dag erna laten we nog even onze winkeldrang eruit in Greater Kailash. Ik probeer nog snel wat dingen te kopen die ik met mama en brun mee kan geven en 's avonds eten we een heerlijke ECHTE pizza. Na een dramatisch afscheid zit ik daar weer verlaten in mijn eentje op mijn hotelkamer en komt een van de mannen van het personeel vrolijk mijn kamer binnen tijdens een huilbui. Hij haalt het extra bed weg en blijft drammerige vragen stellen die allemaal keer op keer benadrukken dat ik alleen ben. Wat een empathie. De dag erna ga ik weer terug naar Paharganj, terug naar de 'hey sexy girl', madam, madam, madam. Dit was nooit helemaal weg gegaan maar wel een stuk verminderd als je niet in je eentje bent. Het voelt een beetje alsof ik terug bij af ben, geen vlees meer, geen luxe oase, maar weer een budget en een eigen planning.
Nu blijf ik hier nog even, Delhi heeft zo veel dingen om te zien. Ik struin wat rond en geniet nog even van de barista's en McDonald's. Morgenavond ga ik met de trein naar Varanasi, waar vast geen cappucino's te krijgen zijn.